Afgelopen week zat ik op de tribune in een kolkend Rotterdam Ahoy bij het WK handbal. En ik kan je vertellen: als liefhebber van het keepersvak kijk je dan je ogen uit.

Ik ben zelf een ‘zaalvoetbalman’. Mijn eigen natuurlijke habitat is de rubberen vloer van de IJsselhal in IJsselstein. Maar wat Yara ten Holte en Rinka Duijndam daar in dat handbaldoel van 3 bij 2 meter lieten zien… dat is pure topsportpoëzie waar ik stikjaloers op ben.
Hier zijn 3 dingen die mij opvielen:
1. De kunst van het ‘groot maken’ (de ster-sprong)
In het (zaal)voetbal leren we: laag blijven, duiken, de hoek klein maken. Maar kijk eens hoe een handbalkeeper een 1-tegen-1 situatie aanpakt. Ze duiken niet weg. Ze ‘ontploffen’. Ze wachten tot het allerlaatste moment en springen dan in een X-vorm (de ster-vorm) om het doeloppervlak maximaal te verkleinen. Komt dat bekend voor? Kijk eens naar video’s van de Deense voetbalkeeper Peter Schmeichel. Zijn techniek komt rechtstreeks uit de handbalzaal. Blijven staan, niet gokken, en je lichaam als muur gebruiken. Het heeft Schmeichel o.a. een Champions League-titel en vijf Premier League-titels opgeleverd.
2. Lenigheid als wapen
Tijdens de warming-up zag ik de keepers zich letterlijk in allerlei bochten wringen. Volgens mij kunnen ze zelfs uit stand met hun tenen de lat aantikken. Niet om stoer te doen, maar omdat ze hun benen gebruiken als armen. Een redding met de voet in de bovenhoek? In handbal heel normaal. Voor ons (zaal)voetbalkeepers is die extreme heupmobiliteit misschien een ‘ver-van-mijn-bed-show’ (ik hoor mijn hamstrings al protesteren bij de gedachte), maar het principe is helder: gebruik elk onderdeel van je lichaam om die bal te stoppen. Voor stijl krijg je geen punten, voor de nul houden wel.
3. De ‘hoofd-regel’: bescherming vs. vogelvrij
In het handbal zag ik iets opvallends: een speelster gooide de bal recht op het hoofd van de keeper. Het gevolg? Het spel ligt direct stil. De scheidsrechter stuurt de schutter voor 2 minuten naar de kant (of krijgt zelfs rood bij een strafworp). De regel is simpel: de gezondheid van de keeper gaat voor de scoringsdrift. En in het (zaal)voetbal? Daar jaagt een spits van vijf meter de bal vol in je gezicht. Je ziet sterretjes, je neus voelt alsof hij drie keer gebroken is. En de scheids? Die wijst naar de hoekvlag. “Corner, want hij ging via je neus over de achterlijn. Sterkte pik, gewoon doorspelen.” In het handbal wordt de keeper beschermd tegen roekeloosheid. In het voetbal is je gezicht gewoon onderdeel van je uitrusting.
Heb jij het WK handbal gevolgd? Welke handbaltechniek zou jij wel eens in de Eredivisie willen zien?
Ter afsluiting: wist je dat onze keepers Yara ten Holte (zie video) en Rinka Duijndam van alle keepers op het WK op dit moment (vlak voor de wedstrijd tegen Frankrijk) het hoogste reddingspercentage op 7-meterworpen hebben? Respectievelijk 56% en 57%.