
Wie verrichtte dit seizoen de meeste reddingen in de Eredivisie? → Kayne van Oevelen (FC Volendam): 149 reddingen, 75,3% reddingspercentage. Indrukwekkend.
Wie verloor de meeste wedstrijden van alle basiskeepers? → Kayne van Oevelen (FC Volendam): 17 nederlagen, slechts 3 keer de nul.
Aan de andere kant van het spectrum: Matej Kovar bij PSV. 24 overwinningen, de beste van de competitie. Maar zijn reddingspercentage? Met 68% niet bijster hoog. Zijn “Clean Sheet %”? Met 23,3% niet eens in de top 5.
Hoe kan dat?
Bij PSV hoeft Kovar zelden de show te stelen. De verdediging staat. Er komen minder schoten op zijn doel. Bij FC Volendam staat Van Oevelen 90 minuten per wedstrijd in de vuurlinie: 198 schoten op doel, het hoogste van de hele Eredivisie.
En dan Joel Drommel bij Sparta Rotterdam. 11 keer de nul gehouden: meer dan élke keeper van AFC Ajax, PSV of Feyenoord Rotterdam N.V.. Toch verloor zijn team 14 wedstrijden.
De ongemakkelijke conclusie?
Reddingen op zich zijn een “vanity metric”. Spectaculair om te zien, makkelijk te vieren, maar zonder context bijna betekenisloos.
De écht interessante “sanity metrics” zitten ergens anders: de nul gehouden, de gewonnen wedstrijden, maar vooral de schoten die er nooit kwamen omdat de verdediging stond.
Mijn visie: deze cijfers ontmaskeren iets ongemakkelijks. We kijken al jaren de verkeerde metriek. We focussen op de redding. We negeren de keeper die zo goed positioneert dat er niet eens geschoten wordt. En we vergeten het belangrijke samenspel met de verdediging.
Hoe kijk jij naar deze statistieken? Wie vind jij de beste keeper van de Eredivisie en waarom?